Klikzink
Op de bouwtekening staan ze vaak als hetzelfde vlak: een grijze band over dak en gevel, met een fijne lijn erin. Wie de bestekpost leest, ziet twee opties die allebei "zink-look" heten en allebei metaal zijn. Dat is precies waarom wij deze twee naast elkaar zetten voordat de knoop wordt doorgehakt, want de tekening laat het verschil niet zien en het dak wel.
Staal en aluminium zijn geen concurrenten in kleur. Beide zijn in donkergrijze en antracietgrijze tinten te krijgen, beide met een matte coating die het licht dof teruggeeft in plaats van te spiegelen. Het verschil zit in wat het materiaal doet als het warm wordt, koud wordt, en jaren meegaat. Aluminium zet meer uit dan staal bij temperatuurwisseling, en dat is op een grote, aaneengesloten gevel te zien aan hoe de banen zich gedragen: bij aluminium moet er meer speling in de bevestiging zitten om diezelfde strakke lijn te houden. Bij onze stalen felsbanen is die uitzetting ongeveer half zo groot als bij zink, en kleiner dan bij aluminium, wat op een nieuwbouwwoning met een aaneengesloten dakvlak van pakweg tien meter merkbaar rustiger oogt over de jaren.
Gewicht is de tweede stille factor. Staal met onze coating komt op ongeveer 5 kilogram per vierkante meter, aluminium is lichter. Voor de architect maakt dat verschil bij de onderconstructie, maar voor het beeld maakt het verschil in stijfheid: een lichter, dunner materiaal buigt makkelijker mee met de ondergrond, en op een groot dakvlak kan dat als een zachte welving zichtbaar worden waar de fels zit, terwijl staal die vlakheid strakker vasthoudt. Bij een nieuwbouwwoning met een groot, ononderbroken dakschild is dat vaak de reden dat de keuze naar staal doorslaat, niet de prijs.
Ondanks dat verschil zijn beide metalen op één punt gelijk: geen van beide krijgt het patina dat zink wel krijgt, die typische verkleuring van blank naar grijs die verweerd zink na een aantal jaar laat zien. Staal en aluminium met een fabrieksmatige coating blijven de kleur die ze bij montage hadden. Wie voor deze woning bewust kiest voor het beeld van oud, patinerend zink, kiest dus voor geen van beide en moet dat elders zoeken; wij schrijven daarover apart, in het stuk over het patina dat zink wel krijgt.
Geen van beide is trouwens echt zink, en dat is op een nieuwbouwwoning soms juist te zien op details waar de aannemer dat niet verwacht: bij een felsnaad die een rondje maakt om een dakraam, of bij de aansluiting op een schoorsteen. Zink is zachter en laat zich in die hoeken net iets anders vormen dan verzinkt staal of aluminium. Wij zijn daar open over; wie precies wil weten waaraan je dat verschil ziet, vindt dat uitgewerkt op de pagina waaraan je het verschil met zink ziet.
Het voordeel van nieuwbouw is dat de baanindeling nog nergens vastligt. Bij een verbouwing moet de nieuwe bekleding zich voegen naar bestaande dakranden, dakkapellen en aansluitingen die er al staan; bij nieuwbouw is het net andersom en kan de architect de maatvoering van de gevel of het dakvlak laten meebewegen met de baanbreedte. Onze stalen banen leveren wij op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 millimeter werkende lengte, met een vaste werkende breedte van 475 millimeter. Dat betekent dat een gevel van bijvoorbeeld 4,75 meter breed precies met tien hele banen gevuld kan worden, zonder een smal reststrookje tegen de hoek. Bij aluminium in dezelfde toepassing werkt die logica vergelijkbaar, maar de keuze voor welk materiaal moet wél voor de bestelling van de banen vallen, niet erna: wie eerst de gevel indeelt op basis van zink of aluminium en dan pas het materiaal wisselt, loopt het risico dat de rest- en aansluitstroken opnieuw getekend moeten worden.
Het is dus de moeite waard om dit gesprek te voeren zodra de eerste gevelaanzichten er liggen, niet pas bij de uitvoeringstekening. Wij denken op tekening mee, kosteloos, en geven dan ook aan hoe de baanbreedte samenvalt met raampartijen en dakranden. Hoe die baanbreedte de schaal van de woning beïnvloedt, bijvoorbeeld of een breed dakvlak rustiger oogt met minder, bredere banen of juist met een fijnere verdeling, leggen wij uit bij de baanbreedte en de schaal van een nieuwbouwwoning.
Er zijn situaties waarin wij zelf aluminium adviseren boven onze eigen stalen banen. Bij een zeer lichte onderconstructie, zoals een houtskeletbouw dak met een beperkte draagkracht, telt elke kilogram, en dan is het gewichtsverschil van staal naar aluminium soms bepalend. Bij een complexe, veelvormige kap met korte, kromme lijnen kan het zachtere, lichtere aluminium zich makkelijker voegen naar plooien en bochten dan een stugger stalen paneel. En bij een gebouw waar de opdrachtgever kleuren wil die buiten onze drie matte tinten vallen, ligt de keuze soms al buiten wat wij kunnen leveren.
Omgekeerd is staal de logische keuze wanneer het gaat om een groot, vlak dakschild waar strakheid en een rustig oppervlak vooropstaan, of wanneer een aannemer met blinde bevestiging wil werken zodat er geen schroefkopjes in het zicht komen. Onze klemmen zitten onder de fels, dus het vlak blijft ongestoord, iets dat op een representatieve nieuwbouwwoning vaak zwaarder weegt dan een paar kilo gewicht.
Binnen onze eigen stalen banen is er nog een keuze die los staat van het materiaal: vlak, met een verstijvingsril, of met micro-lines. Op een groot dakvlak van een nieuwbouwwoning zorgt een volledig vlakke plaat er soms voor dat elke kleine welving in de ondergrond zichtbaar wordt als het licht laag staat; een lichte ril of de fijne lijnen van de micro-line-uitvoering breken dat beeld en houden het vlak optisch rustiger, zonder dat het opvalt als een patroon.
Wat ons betreft is de vraag "zink, staal of aluminium" dus minder belangrijk dan de vraag welk beeld deze woning nodig heeft: een strak dakvlak zonder zichtbare bevestiging, een gevel die meebeweegt met de baanindeling, of juist een oppervlak dat de lichtval verzacht. Voor wie dat wil doortekenen voordat de aannemer aan de slag gaat, staan bij ons in Ede monsters van alle drie de kleuren klaar, en denken wij op de tekening mee zonder dat daar een rekening voor volgt.