Klikzink
Op tekening staan zinklook en hout vaak naast elkaar als twee varianten van dezelfde gevel: verticale banen, een strakke belijning, dezelfde bouwmassa. Op papier lijkt het verschil klein. Na een paar jaar in de regen is het dat niet meer, en dat is precies waarom we deze twee hier los van elkaar leggen.
De kern van de keuze zit niet in de vorm, maar in wat er met de tijd gebeurt. Hout verandert; staal met een zinklook coating niet, of nauwelijks. Dat is geen kwaliteitsoordeel, het zijn twee verschillende beelden die je vooraf moet willen.
Onbehandeld hout op een nieuwbouwwoning ziet er in het eerste jaar warm en licht uit, en verkleurt daarna geleidelijk naar grijs. Dat verkleuren gaat niet overal even snel: de zuidgevel grijst sneller dan de noordgevel, de rand onder een overstek blijft langer bij de oorspronkelijke kleur dan het vlak daarnaast. Wie hout kiest, kiest voor dat proces. Het is geen gebrek, het is het punt van hout. Maar het betekent dat de gevel er op jaar drie anders uitziet dan op de oplevering, en dat de gevel op jaar drie er ook per gevelkant anders uitziet. Onderhoud kan dat proces vertragen of bijsturen met een beits of olie, maar dan is er onderhoud, met een terugkerend werkbezoek en stellingen tegen de gevel.
Een zinklook gevel doet dat andere ding: hij blijft. De kleur die op de oplevering op de gevel zit, Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, is dezelfde kleur die er over tien jaar op zit. Er is geen inhaalslag nodig, geen steiger voor onderhoud aan de kleur zelf. Wat er wel gebeurt, lezen we uit bij hoe het eruitziet na tien jaar, en dat is minder dan bij hout, en vooral gelijkmatiger over de gevel.
Bij een nieuwbouwwoning ligt er nog niets vast. Dat is het verschil met een verbouwing of een dakrenovatie, waar de bestaande maatvoering vaak leidend is. Hier is de gevelindeling nog te tekenen, en dat is precies het moment waarop de baanbreedte van de zinklook nog gratis is af te stemmen op de gevelbreedte, de raamindeling en de hoeken van het gebouw. Een baan die straks tegen een hoekprofiel aanloopt met een half restvlak van twintig centimeter, is op tekening in een uur op te lossen; na de bestelling van het plaatwerk niet meer.
Dat is een ander soort keuze dan bij hout. Houten delen zijn doorgaans standaardmaten die je inkort, en een restrand valt daar minder op omdat de belijning van hout minder streng oogt dan een felslijn. Bij zinklook, met de scherpe schaduw tussen de banen, valt een oneven laatste baan meteen op. Wie voor zinklook kiest, doet er dus goed aan de gevelmaten en de baanverdeling samen met de architect uit te tekenen voordat de bestelling de deur uitgaat, iets waarover we meer zeggen bij de baanbreedte en de schaal en bij de richting van de banen.
Er zijn nieuwbouwwoningen waar hout de logischere keuze blijft. Op een kavel tussen bestaande houten gevels, in een straat met een welstandsbeeld dat om een warme, organische uitstraling vraagt, oogt een strak metalen vlak soms hard naast de buren. Ook wie het verkleuren van hout juist waardeert, de gevel die meebeweegt met de seizoenen en de jaren, kiest voor iets dat zinklook per definitie niet biedt: die blijft zich hetzelfde gedragen, jaar na jaar. En op plekken waar de gevel dicht bij de gebruiker staat, een tuinmuur, een aanbouw op ooghoogte, geeft hout een tactiliteit die een dof metalen oppervlak niet heeft, ook al ligt de glansgraad van de coating onder de 5 en spiegelt het vlak niet.
Omgekeerd is zinklook de sterkere keuze waar de gevel weinig aandacht mag vragen over een lange periode, waar onderhoud aan de gevel praktisch lastig is, bijvoorbeeld door hoogte of door een lastig bereikbare erfgrens, of waar de opdrachtgever nadrukkelijk om een rustig, ingehouden beeld heeft gevraagd. Dat rustige beeld is ook te versterken door de uitvoering van het vlak: met een verstijvingsril of micro-lines blijft een groot gevelvlak optisch stiller dan een volledig vlakke plaat, iets dat bij een nieuwbouwwoning met een breed front vaak de doorslag geeft.
De keuze is overigens niet altijd of-of. Op een nieuwbouwwoning zien we regelmatig dat de architect zinklook en hout op dezelfde gevel naast elkaar zet: zinklook op het deel dat weinig onderhoud mag vragen of dat de vorm van het gebouw markeert, hout op het deel dat dicht bij de gebruiker staat of een warmer entreegebied vormt. Hoe die twee samen een rustig geheel vormen in plaats van een lappendeken, werken we uit bij combineren met hout. Het werkt het best wanneer de twee materialen elk hun eigen vlak krijgen, met een heldere overgang, in plaats van dat ze door elkaar heen worden gebruikt.
Op een nieuwbouwwoning is er nog geen bestaande fout te herstellen, alleen een keuze te maken die je later niet meer wilt terugdraaien. Wie voor zinklook kiest, tekent de baanindeling nu mee met de gevelopeningen, in plaats van de banen later tegen kozijnen te laten uitkomen die er al staan. Wie voor hout kiest, aanvaardt dat de gevel de eerste jaren verandert en dat er af en toe onderhoud bij komt. Beide zijn geldige gevels voor een nieuwbouwwoning; het verschil zit in wat u van de gevel verwacht over tien jaar, niet in wat er op de oplevering staat.
Wij denken op tekening mee over de baanverdeling zonder dat dat iets kost, en er liggen monsters van alle drie de kleuren klaar om naast een houtstaal te leggen voordat er iets besteld wordt.