Klikzink
Bij een woonboerderij staat het oude bakstenen volume er meestal al honderd jaar, en komt daar een nieuw dak op, of een nieuwe gevelbekleding tegen een aanbouw. Die twee materialen naast elkaar zijn de hele ingreep: warme, verweerde steen tegen een dof, koel metalen vlak. Wat wij vaak zien is dat de eigenaar één kleur en één plaat kiest, en dan verbaasd is dat het dak er aan de achterkant, op het noorden, heel anders uitziet dan aan de voorkant, op het zuiden. Dat is geen fout in het materiaal. Dat is het licht.
Op het zuiden krijgt een dakvlak of gevel de zon recht of schuin van voren of van boven. Zinklook heeft een glansgraad onder de 5, dus het spiegelt niet, maar het geeft het licht wel degelijk terug, en bij fel, laagstaand licht -- vooral in de vroege ochtend en late middag -- trekt de schaduwlijn van elke felsnaad zich strak en scherp over het vlak. Op zo'n moment zie je de banen, de richting, het ritme van het dak duidelijk. Het vlak leest hard, bijna grafisch. Op het noorden komt nooit direct zonlicht, alleen strooilicht uit de lucht, en dat is vlakker en gelijkmatiger. Daar verdwijnt de felsnaad meer in het geheel, het oppervlak wordt egaler, minder van elkaar te onderscheiden banen en meer één rustig grijs of zwart vlak. Precies hetzelfde materiaal, twee heel verschillende gezichten.
Wat dit betekent voor een woonboerderij is dat u bij het kiezen van kleur en uitvoering niet alleen naar één gevel moet kijken, maar naar de kant die u het vaakst ziet en van waaruit het gebouw wordt gefotografeerd of benaderd. Staat de voordeur aan de zuidzijde, dan is dat de kant waar de baanbreedte en de schaduwlijn het hardst spreken, en waar een lichtere kleur als Metallic Dark Silver meer beweging in het vlak krijgt dan op de schaduwkant. Staat de representatieve kant op het noorden, dan valt een donkere kleur als Nordic Night Black daar rustiger en vlakker uit dan u misschien op basis van een fabrieksmonster in de hand zou verwachten -- een monster wordt namelijk meestal bij daglicht van opzij bekeken, niet in het vlakke noordlicht tegen een bakstenen gevel.
Het contrast met de baksteen wisselt met dat licht mee. Op de zuidgevel, in fel licht, staat de baksteen warm en rossig afgetekend tegen een dof metalen vlak dat er, ondanks de matte coating, toch iets kouder en strakker bij staat -- dat is precies het effect dat mensen bij een oud-nieuw combinatie zoeken, de spanning tussen verweerd en nieuw. Op de noordgevel valt dat contrast zachter uit: de steen krijgt minder warme highlights, het metaal wordt vlakker, en het verschil tussen oud en nieuw wordt meer een verschil in textuur dan in licht en donker. Voor sommige eigenaren is dat precies goed, voor anderen is het een teleurstelling, omdat ze de scherpte van de zuidgevel op de hele woning hadden verwacht.
Daar zit ook de grens van wat deze keuze kan doen. Een woonboerderij met de hoofdgevel op het noorden, in de schaduw van bomen of een naastgelegen schuur, krijgt met een donkere, matte zinklook een dak of gevelvlak dat behoorlijk dof en ondiep blijft ogen, jaar in jaar uit. Als de bedoeling van het ontwerp was om het metaal als scherp, grafisch element tegen de steen te zetten -- lijnen, schaduw, ritme -- dan is een noordgevel simpelweg niet de plek waar dat effect het sterkst naar voren komt. Dat is dan geen reden om van materiaal te wisselen, maar wel een reden om de verwachting bij te stellen, of om voor die kant te kiezen voor een uitvoering met micro-lines: die houdt een groot vlak optisch rustiger en verbergt het gebrek aan scherp licht minder als tekortkoming, omdat het vlak dan sowieso al bedoeld is om zonder harde schaduw rustig te ogen.
Er is ook een seizoensgebonden kant aan. De laagstaande winterzon op het zuiden kruipt verder over het dakvlak en gevelvlak dan de hoogstaande zomerzon, waardoor een zuidgevel in de winter juist meer schaduwtekening krijgt dan in de zomer, wanneer de zon te hoog staat om nog veel reliëf in de felsnaden te leggen. Bij een woonboerderij met een flauw hellend dak -- vanaf zes graden is zinklook toepasbaar -- speelt dat sterker dan bij een steil dak, omdat de zonnestand ten opzichte van het vlak dan meer verschil maakt in hoe diep de schaduwlijn valt. Wie het dak alleen in de zomer heeft bekeken, ziet in de winter dus een ander gebouw terug, zonder dat er iets aan is veranderd.
Wat wij eigenaren van woonboerderijen meegeven is dit: kijk niet alleen naar het monster in de showroom of op tekening, maar loop, als het even kan, rond het bestaande gebouw op een heldere dag, en let op hoe het licht op de verschillende gevels valt voordat u de kleur en de uitvoering vastlegt. Een dof materiaal reageert minder dramatisch op licht dan een glanzend materiaal, maar minder dramatisch is niet hetzelfde als geen verschil. Bij een woonboerderij, waar het oude en het nieuwe naast elkaar staan en precies dat naast elkaar staan de charme van het huis is, is dat verschil in licht vaak het detail dat het ontwerp maakt of breekt.
We denken graag mee op tekening, ook specifiek over welke gevel op welke kant komt en wat dat voor de kleurkeuze betekent, en dat kost niets. Er zijn monsters van alle drie de kleuren beschikbaar, maar neem ze mee naar buiten, naar de gevel waar ze straks tegen de baksteen komen te hangen, op verschillende momenten van de dag. Dat zegt meer dan het monster onder de kunstverlichting van een showroom.