Klikzink
Loop een willekeurige straat met jarendertigwoningen of naoorlogse rijtjeshuizen door en u ziet vooral rood. Baksteen in alle tinten van dieprood tot okergeel, gevoegd met lichtgrijze of witte specie, hier en daar een gepleisterde plint. Zet daar een gevel of dakkapel met zinklook tussen en er ontstaat een contrast dat niet subtiel is. Warm tegen koel, ruw tegen glad, glanzend baksteenoppervlak tegen een mat, terugliggend metaal. Dat contrast is niet iets wat u kunt vermijden door een andere plaat te kiezen, het is de kern van wat er gebeurt zodra u zink naast steen zet. De vraag is niet of dat contrast er komt, maar hoe hard het uitpakt en of u dat wilt.
Het grote verschil met een nieuwbouwwijk of een bedrijventerrein is de afstand waarop dit gebouw wordt bekeken. Een woonhuis in een straat wordt niet vanaf de rondweg gezien, het wordt gezien door de buurvrouw die haar hond uitlaat, door de fietser die er dagelijks langskomt, door u zelf als u de auto voor de deur parkeert. Dat is beoordeling op ooghoogte en van dichtbij, vaak op een paar meter afstand, en vaak herhaald: dezelfde mensen zien dit gebouw honderden keren per jaar. Een kleurcontrast dat op een foto van vijftig meter interessant oogt, kan van dichtbij op straatniveau hard aankomen, vooral als de zon er vol op staat.
Baksteen reflecteert warm licht. Vooral bij laagstaande zon, ochtend en avond, kleurt een bakstenen gevel oranje tot roodbruin en dat warme licht valt ook op wat ernaast staat. Metallic Dark Silver en Slate Grey nemen die warme gloed voor een deel over, de matte coating houdt het licht dof maar niet neutraal. Nordic Night Black doet dat niet, zwart blijft zwart onder warm licht en dat maakt het contrast met de baksteen scherper, niet zachter. Bij een dakkapel of een gevelaccent naast rode baksteen is dat vaak precies gewenst: een strak, herkenbaar element dat zich niet aanpast aan de steen. Bij een groter vlak, bijvoorbeeld een volledige verdieping in zinklook boven een bakstenen plint, kan diezelfde helderheid van het contrast te veel worden. Het metaal trekt dan alle aandacht en de baksteen wordt bijzaak, wat niet altijd de bedoeling is van een verbouwing die het huis juist wilde laten aansluiten bij de straat.
Slate Grey ligt qua warmte tussenin en is in een bakstenen straat vaak het rustigste antwoord. Het is grijs genoeg om als eigen materiaal herkenbaar te blijven, maar warm genoeg om niet als een koud, industrieel vlak tegen de rode steen te staan. Wij zien deze kleur regelmatig terugkomen bij verbouwingen waarbij de opdrachtgever wil dat de uitbreiding bij het huis hoort, niet ernaast staat.
De kleur van de lucht speelt een grotere rol dan bij een grijs of wit gebouw, omdat baksteen en zinklook allebei reageren op wat erboven hangt. Onder een grauwe, bewolkte hemel, wat in Nederland het gewone weer is, vlakt het contrast af: de baksteen verliest zijn warmte, het metaal blijft dof grijs, en het geheel oogt rustiger dan op een heldere dag. Onder een strakblauwe hemel met felle zon staat de baksteen op zijn scherpst en springt het contrast het meest in het oog. Wie twijfelt over hoe hard het contrast wordt, doet er goed aan een monster niet binnen te bekijken maar buiten, tegen de eigen gevel, op een paar verschillende momenten van de dag.
De buren spelen ook een rol, letterlijk. In een aaneengesloten rij of een blok van vergelijkbare woningen valt een afwijkende gevel meteen op, simpelweg omdat er niets anders is om de blik af te leiden. Staat het huis los, met bomen, een border of een andere gevel ernaast, dan wordt het contrast opgebroken door alles wat er tussenin staat en oogt hetzelfde materiaal minder dominant. Een architect die het ontwerp beoordeelt op een tekening ziet dat verschil niet altijd, een bewoner die er elke dag voorbij loopt wel.
In een straat met overwegend verticale elementen, hoge ramen, smalle erkers, opgaande schoorstenen, vraagt een liggende richting van de banen om een reden. Zonder die reden lijkt het vlak dwars te staan op alles eromheen, en dat trekt de aandacht net zo hard als het kleurcontrast zelf. Staande banen sluiten meestal beter aan bij de verticale lijnen van een traditionele straatwand en vallen minder op als afwijkend element, ook al is de kleur zelf al een breuk met de baksteen. Bij een lage aanbouw of een uitbreiding in de breedte kan liggend juist precies goed zijn, omdat het de horizontale massa van dat bouwdeel volgt. De keuze hangt af van wat er direct naast en boven het vlak staat, niet van een algemene regel.
Er zijn situaties waarin zinklook in een bakstenen straat niet de aangewezen keuze is, en dat is het waard om hardop te zeggen. Bij een beschermd straatbeeld met veel bakstenen gevels in dezelfde bouwstijl kan een welstandscommissie een groot, glad metalen vlak afwijzen, ook in een ingehouden kleur, simpelweg omdat het te veel afwijkt van het straatbeeld dat beschermd wordt. Bij een klein huis met al veel materialen op de gevel, hout, pleisterwerk, een stukje natuursteen, voegt een extra materiaal in een nieuwe kleur eerder rommeligheid toe dan rust. En bij twijfel of het contrast te hard wordt, is een kleinere toepassing, bijvoorbeeld alleen de dakkapel of een erker, vaak verstandiger dan de hele gevel. Dat geeft het effect zonder het risico dat het huis in de straat op elk moment van de dag de uitzondering is.
Wij denken op tekening mee over welke kleur en welke richting bij uw specifieke gevel en straat passen, dat kost niets, en er liggen monsters van alle drie de kleuren klaar om buiten te bekijken, naast de eigen baksteen, op het moment van de dag dat voor u telt.