Klikzink
Een erker staat zelden vlak in het zicht. Hij springt uit de gevel, heeft meestal drie of meer vlakken die elk een andere kant op kijken, en wordt van dichtbij bekeken -- vanaf de stoep, vanaf de overkant van de straat, door iemand die er dagelijks langsloopt. Dat maakt de erker een van de weinige plekken aan een gebouw waar het licht van de zon werkelijk uitmaakt voor hoe een gevelbekleding overkomt. Bij een groot dakvlak op afstand gezien vervaagt dat verschil. Bij een erker niet.
Onze zinklook heeft een glansgraad onder de 5. Dat is bewust: hoog glanzend materiaal spiegelt de lucht en de omgeving mee, en dat geeft juist bij zo'n kleine, veelkantige vorm een onrustig beeld, met steeds wisselende lichtvlekken op elk apart vlak. Mat materiaal doet dat niet. Het neemt het licht op in plaats van het terug te kaatsen. Maar mat is geen synoniem voor gelijk. Ook een dof oppervlak reageert op de hoek waaronder het licht valt, en die hoek verandert nu eenmaal met de kompasrichting.
Een erkervlak dat op het noorden kijkt, krijgt vrijwel nooit direct zonlicht. Het licht dat er valt is diffuus, weerkaatst via de lucht, zonder scherpe richting. Op zo'n vlak oogt onze coating het meest gelijkmatig: de kleur -- Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver -- komt er stabiel en enigszins koel uit te staan, zonder de felle plek of de donkere schaduwkant die je op een zuidvlak wel ziet. De felsen, de opstaande randen tussen de banen van 475 mm, blijven zichtbaar als lijnen, maar zonder sterk contrast: geen diepe slagschaduw, eerder een zachte overgang.
Dat is precies waarom een noordvlak van een erker vaak als het rustigste vlak van het hele gebouw wordt ervaren. Wie voor het eerst een monster bekijkt binnen, onder kunstlicht, ziet ongeveer dit beeld: gelijkmatig, mat, zonder verrassingen. Bewaar die indruk niet als dé waarheid over het materiaal -- het is de waarheid voor het noorden.
Op een zuidvlak valt de zon rechtstreeks en, afhankelijk van het jaargetijde, onder een lage of hoge hoek. Diezelfde matte coating gaat er anders uitzien: niet glanzender, maar contrastrijker. De fels van 35 mm werpt een echte slagschaduw, die 's ochtends aan de andere kant van de baan valt dan 's middags. Het vlak dat op het noorden volledig gelijkmatig oogt, krijgt op het zuiden een duidelijk ritme van licht en donker tussen de banen. Dat is geen gebrek, het is wat scherp licht met een gefelst materiaal doet, ook als de kleur zelf niet verandert.
Bij een erker met veel vlakken tegelijk in beeld -- vaak drie, soms meer, elk onder een andere hoek ten opzichte van de zon -- ontstaat op een heldere dag een gebouw dat op elk vlak net iets anders oogt. Het zuidvlak fel en contrastrijk, het noordvlak of het vlak op het westen rustiger. Dat is precies het punt waar deze pagina om gaat: niet welke kleur u kiest of hoe breed de banen zijn, maar wat dezelfde keuze doet zodra het licht van kant wisselt.
Een erker is een uitstulping met veel randen op weinig vlak. Elke hoek van de erker is een naad tussen twee vlakken die elk hun eigen lichtinval hebben, en juist op die naden ziet u het verschil in schaduwwerking het scherpst: het ene vlak zacht en gelijkmatig, het andere naastliggende vlak met een uitgesproken slagschaduw op exact hetzelfde uur van de dag. Op een groot, enkelvoudig dakvlak speelt dit ook, maar het valt minder op omdat er geen tweede vlak vlak naast staat om mee te vergelijken. Bij een erker staat dat tweede vlak er letterlijk om de hoek, op ooghoogte, van dichtbij te bekijken.
Daar komt bij dat een erker doorgaans weinig vlak heeft per zijde. Een paar banen naast elkaar, misschien vier of vijf, dat is alles. Op zo'n klein oppervlak telt elke individuele baan zwaarder mee in het totaalbeeld dan op een dakvlak van tientallen meters. Een lichte onregelmatigheid in hoe het licht op één baan valt, is op een groot dak een detail; op een erker is het een aanzienlijk deel van wat er te zien is.
Dit is geen reden om van een erker af te zien, maar wel een reden om bij het maken van de tekening rekening te houden met de richting waarin elk vlak van de erker kijkt. Een architect die de erker op papier ontwerpt, ziet vaak alleen het aanzicht rechtstreeks van voren. In werkelijkheid heeft elk vlak van diezelfde erker een eigen relatie met de zon, en die relatie verandert door de dag en door het jaar. Wat 's ochtends op het oostvlak fel oogt, is 's middags al veranderd; wat in de winterzon laag en scherp belicht wordt, oogt in de hoge zomerzon anders.
Wij denken op tekening mee, kosteloos, en dat gaat verder dan alleen de maatvoering van de banen. Als u kunt aangeven hoe de erker ten opzichte van het noorden staat, kunnen we meedenken over welke uitvoering van het vlak -- vlak, met verstijvingsril, of met micro-lines -- op het meest belichte vlak het beeld rustig houdt, en waar dat verschil het minst opvalt. Micro-lines en de ril breken het vlak optisch op in kleinere stroken licht, wat op een zonvol zuidvlak met veel contrast net iets minder hard oogt dan een volledig vlakke plaat.
Er is een situatie waarin dit sterke contrast tussen noord en zuid een erker minder goed doet dan gehoopt: een erker die aan drie of vier kanten zichtbaar is vanaf één en dezelfde blikpositie, bijvoorbeeld op een hoekpand dat u zowel vanaf de straat als vanaf de zijstraat in één oogopslag ziet. Op zo'n plek staan het scherp belichte zuidvlak en het vlakke noordvlak letterlijk naast elkaar in beeld, en het verschil tussen beide is dan niet subtiel maar direct te zien: twee delen van hetzelfde gebouw die niet bij elkaar lijken te horen, ook al is het dezelfde plaat, dezelfde kleur, dezelfde fabricage.
Bij een erker met een sterk uitspringende vorm en veel losse kleine vlakken die alle richtingen op kijken, kan dat verschil zo uitgesproken worden dat een rustiger, minder reflecterend alternatief -- of juist een andere plaatsing van de banen, zodat de richting van het licht minder invloed heeft op de zichtbare schaduw -- de betere keuze is. Wij zeggen dat liever vooraf, op basis van een foto of een tekening, dan dat u het pas ziet zodra de erker klaar is.
Wie hier concreet mee verder wil, kan ons een foto van de erker sturen met de kompasrichting erbij, of gewoon een schets waarop staat welk vlak naar het zuiden kijkt en welk naar het noorden. Dat is voor ons voldoende om te zeggen wat u op elk vlak kunt verwachten, en om, waar nodig, mee te denken over een uitvoering die dat verschil beter opvangt dan een standaardkeuze zou doen.