Klikzink
Een bedrijfspand heeft meestal een gevel die niemand ziet staan en een paar gevels die wel gezien worden: de voorkant langs de weg, de kant bij de entree, misschien de zijde die vanaf de rondweg zichtbaar is. Juist op zo'n gebouw valt de kant die u koos om onopvallend te laten zijn, soms toch op. Niet omdat er iets mis is met het materiaal, maar omdat licht per gevel anders werkt, en een dof metalen vlak dat verschil laat zien.
Op het noorden krijgt de gevel bijna nooit direct zonlicht. Het licht daar is verstrooid, gelijkmatig, zonder harde randen. Een zinklook-vlak op het noorden oogt daardoor rustig en vlak: de banen zijn te zien, de schaduwlijn tussen de felsen is aanwezig, maar er is weinig contrast. Dat is precies het beeld dat de meeste opdrachtgevers voor ogen hebben als ze denken aan een dof metalen gevel: strak, egaal, zonder glinstering.
Op het zuiden verandert dat. Daar valt de zon onder een lage hoek 's ochtends en 's avonds vol op het vlak, en midden op de dag bijna loodrecht. Zelfs met een glansgraad onder de 5 -- laag genoeg om niet te spiegelen -- ontstaat er dan tekening in het vlak die op het noorden ontbreekt. De felsen werpen een duidelijkere schaduw, kleine oneffenheden in de plaat worden zichtbaar, en de kleur zelf oogt lichter dan op de schaduwkant van hetzelfde gebouw. Dat is geen gebrek aan het materiaal; het is hoe elk mat oppervlak zich gedraagt onder direct licht. Bij een spiegelend materiaal zou u dit veel sterker zien, als een wisselend beeld dat per uur van de dag verandert. Bij deze coating blijft het bij tekening, niet bij glinstering, maar tekening is er wel.
Een praktijkvoorbeeld: een distributiecentrum met vier identieke gevels, uitgevoerd in Slate Grey. De noordgevel, grenzend aan het parkeerterrein, oogt het hele jaar door als een egaal grijs vlak. De zuidgevel, die uitkijkt over de laad- en losstraat, oogt op een heldere middag een tint lichter en met duidelijk zichtbare baanschaduwen, terwijl het om dezelfde plaat, dezelfde kleur en dezelfde fels gaat. Wie de twee gevels los van elkaar bekijkt, zou zweren dat het net iets andere kleuren zijn. Dat is het licht, niet het materiaal.
De gevel die niemand aankijkt is meestal de gevel aan de achterkant, de kant bij de installaties, de kant die grenst aan een sloot of een groenstrook zonder wandelpad. Die gevel krijgt geen aandacht omdat er niets te zien is: een blinde muur, een paar roosters, een deur voor onderhoud. Zet daar een dof, strak vlak met scherpe schaduwlijnen tussen de banen, en dat vlak trekt wel de aandacht, precies omdat het contrasteert met de rest van het gebouw. Een gevel die bedoeld was om niet op te vallen, valt op door het materiaal dat erop gekozen is.
Dat is geen reden om er iets anders op te zetten. Het is een reden om te weten wat u kiest. Op een zuidgevel die vanaf een fietspad of een doorgaande weg goed te zien is, benadrukt zinklook juist de belijning van het gebouw: de banen lopen mee met de architectuur, de schaduwlijn geeft diepte, en de matte kleur oogt op die kant vaak net iets levendiger dan op de schaduwzijde. Op een noordgevel die vanaf een binnenterrein wordt gezien door personeel en bezoekers die naar binnen lopen, oogt hetzelfde materiaal juist ingehouden en rustig, wat voor een entreezijde vaak precies gewenst is.
De situatie waarin dit verkeerd uitpakt: een gebouw met één ononderbroken gevel die van noord naar zuid draait, bijvoorbeeld een pand op een hoekkavel met een schuine kavelgrens. Dezelfde plaat, dezelfde kleur, en toch ziet u het vlak in twee tinten, met een overgang die niet samenvalt met een bouwkundige naad. Op tekening is dat niet te zien; op het gebouw wel, en dan is er geen fysieke lijn om het verschil aan toe te schrijven. Bij een pand met een rechte hoek is dat minder een probleem, omdat de gevelwisseling daar samenvalt met de kleurwisseling in de waarneming: de hoek van het gebouw doet het werk dat anders het licht alleen zou doen.
Ook bij een pand waar de noord- en zuidgevel in het zicht van elkaar staan -- bijvoorbeeld een U-vormig bedrijfsverzamelgebouw met een binnenplein -- is het goed om hier vooraf rekening mee te houden. Wie zonder toelichting op een tekening ziet dat de kleurcode voor beide gevels identiek is, verwacht op de bouwplaats een identiek resultaat, en wordt dan verrast door een verschil dat wel klopt, maar niet was voorzien.
De baanrichting en de baanbreedte hebben hier weinig invloed op; dat bepaalt vooral de schaal van het vlak, zoals wij uitleggen bij [de baanbreedte en de schaal bij een bedrijfspand](/zinklook/bedrijfspand/baanbreedte). Wat wel helpt is een bewuste kleurkeuze per gevel, of juist het accepteren dat het verschil er is en er in het ontwerp rekening mee houden. Metallic Dark Silver toont dit contrast tussen noord en zuid sterker dan Nordic Night Black, simpelweg omdat een donkere kleur minder ruimte heeft om lichter te worden onder zon. Wilt u dit vooraf inschatten, dan is een monster in de drie kleuren tegen het gebouw houden op een heldere dag met laagstaande zon de beste test die er is; op papier of op een scherm is dit verschil nauwelijks te beoordelen.
Dit is ook een van de punten waarop het verschil met echt zink zichtbaar wordt, iets waar wij apart op ingaan bij [waaraan u het verschil met zink ziet bij een bedrijfspand](/zinklook/bedrijfspand/verschil-met-zink): natuurlijk zink toont dit lichtverschil ook, maar bouwt daarnaast een patina op dat de kleur over jaren verder laat verschuiven. Bij deze coating blijft de kleur zelf stabiel; alleen het licht van de dag en het seizoen verandert hoe die kleur op een gegeven moment oogt.
Wie op tekening al weet welke gevel op het zuiden komt te liggen, kan dat meenemen in de kleurkeuze of in het gesprek met de aannemer over verwachtingen. Stuur ons de tekening met de gevelrichtingen erop; wij denken zonder kosten mee over welke uitvoering op welke kant het rustigst blijft.