Klikzink

Zinklook horizontaal op de gevel van een horecagebouw

Bij een restaurant, café of paviljoen kijkt niemand van bovenaf. Iedereen loopt er langs, zit ervoor op het terras, of ziet het vanaf de weg naderen op ooghoogte. Dat is precies waarom de richting van de banen hier zoveel uitmaakt. Horizontale lijnen trekken het volume breder en lager, ze leggen de gevel plat tegen het maaiveld aan. Bij een horecagebouw dat vaak toch al laag en langgerekt is -- een paviljoen bij een park, een strandtent, een restaurant met een aanbouw -- versterkt die horizontale lijn precies de indruk die je wilt geven: rustig, aards, uitnodigend, niet opdringerig.

De indeling die daarbij komt

Horizontaal leggen betekent dat de banen van 475 mm werkende breedte niet van dak naar plint lopen, maar van kopgevel naar kopgevel. Dat vraagt een andere indeling dan bij een verticale gevel. Bij verticale banen bepaalt de gevelhoogte de lengte en loopt de bovenkant vaak weg onder een dakrand, buiten het zicht. Bij horizontale banen ligt elke naad in het volle zicht, op ooghoogte van iedereen die voorbijloopt. Een verspringende lijn -- twee banen die niet precies doorlopen bij een hoek, of een naad die net niet aansluit op de kader van een raampartij -- valt daardoor onmiddellijk op. Bij een gevel die je van veraf ziet vervaagt zoiets, bij een terrasgevel waar mensen op een halve meter langslopen niet. Daarom werken we de indeling op tekening uit voordat er iets geknipt wordt: waar de banen beginnen, waar ze eindigen, hoe ze om een hoek naar de zijgevel doorlopen of juist bewust afkappen op de kopgevel. Banen zijn op de millimeter afgekort leverbaar, dus die indeling hoeft nergens op een noodgreep uit te komen.

De randen: waar de lijn stopt of doorloopt

Bij een horecagebouw zijn de randen vaak de plekken waar het gebouw zich aan de buitenwereld presenteert: de hoek bij de ingang, de overgang naar een luifel boven het terras, de aansluiting op een glazen pui. Een horizontale baan die keurig doorloopt tot aan die pui en daar recht afsnijdt, geeft een rustig beeld. Een baan die er net voorbij moet worden ingekort met een haakse lasnaad in het zicht, doet dat niet. Omdat de platen op maat gewalst worden, kan de laatste baan voor een pui of hoek exact op de resterende breedte worden afgekort, zodat de rand net zo scherp blijft als de rest van het vlak. Bij hoeken speelt dezelfde vraag: laat de horizontale lijn om de hoek doorlopen, zodat het gebouw als één band rondom oogt, of eindigt de gevel bewust op de hoek met een verticale afsluitlijst, zodat elke gevel zijn eigen vlak blijft. Beide kan, maar het is een keuze die je vooraf maakt, niet een die vanzelf goed uitpakt.

Dag en avond: dezelfde gevel, ander beeld

Het bijzondere aan een horecagevel is dat hij twee keer per dag een andere rol speelt. Overdag valt zonlicht schuin over het horizontale reliëf en tekent de fels tussen de banen een lijn van slagschaduw die het oppervlak structuur geeft, ook op een verder vlak gevelvak. De matte, dof lichtgevende coating -- glansgraad onder de 5 -- helpt daarbij: er komt geen glimmende reflectie tussen, alleen het zachte contrast van vlak en schaduwlijn. 's Avonds verandert dat volledig. Zodra er kunstlicht op de gevel valt, van terrasverlichting, een lichtlijn onder een luifel of spots die van onderaf strijklicht geven, wordt het effect van de fels sterker in plaats van zwakker. Strijklicht van onderaf of opzij pakt precies de opstaande naad van 35 mm en zet die om in een reeks harde lichtlijnen op een donkere ondergrond, terwijl bij daglicht diezelfde naad juist zachte schaduw geeft. Bij Nordic Night Black is dat verschil het grootst: overdag een rustig, bijna grafisch vlak, 's avonds een gevel die de lichtbron laat zien door de manier waarop het licht over het reliëf schampt. Bij Slate Grey en Metallic Dark Silver is het contrast milder, omdat die kleuren zelf al meer licht terugkaatsen, maar ook daar verandert de leesbaarheid van de banen zodra het licht van richting wisselt.

Dat is een reden om bij een horecagebouw niet alleen te kijken naar hoe de gevel op een tekening of in een architectenfoto bij daglicht staat, maar ook naar waar de lichtpunten 's avonds komen te hangen. Een lichtlijn die laag en horizontaal onder een luifel loopt, benadrukt de horizontale banen en versterkt precies het beeld dat je overdag al had. Spots die van boven recht naar onderen schijnen, werken de horizontale lijn juist tegen en kunnen een vlak dat overdag rustig oogt 's avonds onrustig maken door harde, willekeurige schaduwvlekken tussen de banen. Bij een horecagevel die 's avonds het gezicht van de zaak is -- meer nog dan overdag, als mensen van buitenaf naar binnen kijken op weg naar het terras -- loont het om die twee momenten samen te bekijken voordat de verlichting definitief wordt vastgelegd.

Waar dit niet de aangewezen keuze is

Horizontale banen zijn niet overal de juiste richting. Bij een smal, hoog gebouwdeel -- een setting met een verdieping erboven, of een schoorsteenachtig volume naast een lager restaurantgedeelte -- trekt een horizontale lijn de aandacht naar de breedte terwijl het gebouw juist hoogte heeft. Dan werkt een verticale indeling vaak beter, of een combinatie waarbij het lage volume horizontaal wordt bekleed en het hogere deel verticaal, zodat de richting van de banen de vorm van het gebouw volgt in plaats van erover heen te praten. Ook bij een gevel met veel doorbrekingen -- grote glaspartijen, deuren, een luifelconstructie die telkens terugkeert -- kan een doorlopende horizontale band lastig worden, omdat elke doorbreking de lijn onderbreekt en er dan juist veel korte stukken banen ontstaan die het beeld onrustig maken in plaats van rustig. In dat geval is het vaak beter om de indeling per gevelvak te bekijken in plaats van de hele gevel als één doorlopend beeld te behandelen.

De uitvoering van het vlak

Bij een lange, lage horecagevel met weinig onderbrekingen kan een vlak zonder extra reliëf al voldoende rust geven, zeker in combinatie met een matte, donkere kleur. Bij een groter, vlakker gevelvak zonder veel raampartijen kan een uitvoering met verstijvingsril of micro-lines het vlak juist wat leven geven zonder de horizontale hoofdlijn te verstoren: die subtiele structuur ligt binnen de baan, terwijl de fels de hoofdlijn blijft trekken. Welke van de twee hier past, hangt af van de maat van het gevelvak en van hoe dichtbij mensen er komen te staan. Op een terras waar mensen op een paar meter afstand zitten, valt zo'n fijne structuur op een andere manier op dan op een gevel die je alleen vanaf de weg passeert.

Op maat, met het licht erbij

Omdat elk horecagebouw zijn eigen combinatie heeft van gevelvorm, terrasindeling en avondverlichting, werken we de baanindeling het liefst uit op de tekening van het specifieke gebouw, inclusief de plek van de lichtpunten als die al bekend zijn. Dat meedenken kost niets, en de platen worden vervolgens op de millimeter afgekort gewalst, van 450 tot 8000 mm, zodat de indeling die op tekening is bedacht ook precies zo op de gevel terechtkomt. Van de drie kleuren zijn monsters beschikbaar, en het is geen overbodige moeite om die monsters een keer 's avonds onder kunstlicht te bekijken naast het daglichtbeeld -- juist bij een horecagevel is dat het verschil dat er het meest toe doet.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink