Klikzink

Zinklook verticaal op de gevel van een horecagebouw

Bij een restaurant, brasserie of paviljoen wordt de gevel 's avonds een ander gebouw dan overdag. Terwijl er overdag daglicht van boven op valt en de banen als een geheel oplopen naar de dakrand, wordt de gevel 's avonds van binnenuit en van onderaf belicht: door de verlichting in de zaak, door spots in de bestrating, door een luifel met ingebouwde armaturen. Dat vraagt iets anders van het gevelbeeld dan een kantoor of een schuur, waar het licht meestal van één kant komt en de rest van de dag gewoon donker is.

Van maaiveld tot dakrand, zonder onderbreking

De kern van dit verhaal is een gevel die in één verticale lijn doorloopt van de grond tot de dakrand, zonder horizontale naad ertussen. Dat is precies wat verticaal aangebrachte banen kunnen: de fels van 35 mm loopt de hele hoogte door, en de baan zelf is leverbaar van 450 tot 8000 mm op de millimeter afgekort, dus voor de meeste horecagevels is één stuk plaat genoeg om van de plint tot de daklijn te gaan. Er is dan geen horizontale lasnaad of overlap die het oog onderbreekt, en dat is precies waar zo'n gevel bij avondlicht kwetsbaar is: elke horizontale lijn wordt door schaduw en kunstlicht harder aangezet dan overdag.

Dat vraagt wel iets van de ondergrond. Een naadloze baan over de volle hoogte kan alleen als de ondergrond over die hele lengte vlak en stabiel is, meestal een aaneengesloten regelwerk of een houten of stalen ondersteuningsconstructie die zelf ook niet vervormt. Bij een gemetselde plint met daarboven een lichte gevelopbouw, of bij een gebouw met een setback halverwege de hoogte, moet die overgang vooraf op tekening zijn opgelost, anders komt de knik toch terug in het vlak, ook zonder zichtbare naad. Wij denken daar kosteloos in mee op basis van een tekening, juist omdat een verticale gevel over de volle hoogte weinig ruimte laat om dat later nog te herstellen.

De richting van de banen en wat dat doet met de ingang

Verticale banen trekken het oog omhoog, en bij een horecagebouw is dat vaak precies de bedoeling: een pand dat van buiten al hoger en rustiger aandoet dan de bouwmassa eigenlijk is. Bij een laag paviljoen met een plat dak kan die verticale lijn het verschil maken tussen een gebouw dat gedrukt aandoet en een gebouw dat oprijst. Bij een terrasgevel met een doorlopende pui werkt de verticale richting ook goed samen met de kozijnindeling: de banen lopen door tot aan de glaslijn en markeren zo de vaste delen van de gevel zonder dat er een aparte omlijsting nodig is.

Rond de ingang wordt die richting het meest zichtbaar. Een verticale baan die precies op de deur uitkomt, of die symmetrisch om de ingang is verdeeld, geeft een entree die er verzorgd uitziet zonder dat er iets aan is toegevoegd. Een asymmetrische aanzet, met een halve baan aan de ene kant en een volle aan de andere, valt overdag al op en 's avonds nog sterker, omdat de schaduwlijnen dan door kunstlicht worden uitgelicht in plaats van door strijklicht verzacht. Dat is een van de weinige punten waar we vooraf echt naar de tekening kijken: niet omdat het technisch niet zou kunnen, maar omdat een scheve baanindeling bij een ingang meteen opvalt.

De randen: hoek, plint en aansluiting op het dak

Een verticale gevel heeft drie randen die het beeld bepalen: de buitenhoek, de plint onderaan en de aansluiting boven op het dak. Bij de buitenhoek van een gebouw lopen de banen aan beide zijden door tot de hoeklijn, en de fels blijft daar rechtop staan; dat geeft een scherpe verticale lijn die het gebouw zijn vorm geeft, in plaats van een afgeronde of afgedekte hoek die de aandacht ervan afleidt. Bij de plint is de vraag vooral wat daaronder gebeurt: een gemetselde plint van dertig tot zestig centimeter beschermt de onderkant van de plaat tegen opspattend water en tegen fietsen, karren of terrasstoelen die er tegenaan komen, en die overgang wordt in de regel met een aparte plint- of afzetprofiel opgelost, niet met de gevelplaat zelf.

Boven, waar de gevel het dak raakt, is de vraag of dak en gevel in dezelfde kleur en richting doorlopen of duidelijk van elkaar verschillen. Bij een verticale gevel die overgaat in een hellend dak ligt het voor de hand om de daklijn als een scherpe, horizontale afsluiting te laten werken: de verticale gevelbanen stoppen bij de daklijn, en het dakvlak krijgt zijn eigen richting en profilering. Dat contrast tussen verticaal en horizontaal, tussen gevel en dak, is precies wat een gebouw leesbaar houdt op een schaal waar voorbijgangers het in een paar seconden overzien, wat bij een horecagebouw aan een drukke straat of een plein meestal het geval is.

Mat oppervlak bij kunstlicht: waar het verschil ontstaat

Overdag valt licht van boven en verspreid over de gevel, en een glansgraad onder de 5 zorgt er dan voor dat het oppervlak het licht dof teruggeeft in plaats van het te weerspiegelen. 's Avonds ligt dat anders: een spot die van onderaf of vanaf korte afstand op de gevel gericht staat, belicht het oppervlak veel geconcentreerder, en juist daar helpt een matte afwerking om te voorkomen dat er een felle lichtvlek ontstaat op de plek waar de armatuur op de gevel staat. Bij een gladde, glanzende plaat zou dat een spiegeling geven die het beeld van de fels en de baanindeling overstemt; bij een mat oppervlak blijft de belichte plek zichtbaar zonder de rest van de gevel te overstralen.

Dat is ook het moment waarop het verschil met echt zink het scherpst te zien is, niet zozeer in de kleur als in hoe het oppervlak licht vasthoudt. Zink dat begint te verweren, doet dat met een zekere onregelmatigheid in de tint, met plekken die iets lichter of donkerder patineren; onze coating in Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver blijft over het vlak gelijk van kleur en glans. Bij daglicht valt dat de meeste voorbijgangers niet op. Bij kunstlicht van dichtbij, zoals bij een spot die recht op een deel van de gevel schijnt, is een egale plaat soms wel te herkennen aan het feit dat er geen enkele onregelmatigheid in zit.

Waar dit niet de aangewezen keuze is

Een verticale gevel over de volle hoogte werkt het best op een gebouw met een heldere, ononderbroken gevelhoogte: een paviljoen, een vrijstaand restaurant, een nieuwbouwpand met een doorlopende pui. Bij een bestaand pand met veel doorbrekingen, aanbouwen of een gemetselde gevel die op meerdere hoogtes is aangepast, is een verticale, naadloze baan soms minder logisch dan een indeling die met de bestaande vlakken meebeweegt, en dan kan een andere richting of een andere baanbreedte passender zijn. Ook op een gebouw waar 's avonds nauwelijks kunstlicht op de gevel valt, levert de matte afwerking minder voordeel op dan hier beschreven; dan is de keuze voor het beeld overdag vaak leidend. Wij denken op basis van een tekening en de plek van de verlichting mee over wat in een concreet geval de beste indeling is, en er zijn monsters van alle drie de kleuren om het effect van het matte oppervlak onder verschillend licht te bekijken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink