Klikzink
Bij een terras, een restaurant of een paviljoen wordt de gevel op twee momenten bekeken die weinig met elkaar te maken hebben. Overdag valt zonlicht er onder een wisselende hoek op, en 's avonds doet spotverlichting, gevelverlichting of het licht uit de eigen ramen het werk. Wie nu een gevelmateriaal kiest, kiest dus eigenlijk twee gevels: een dagbeeld en een avondbeeld. De vraag die daarbij past is niet alleen hoe het er bij oplevering uitziet, maar hoe het er over tien jaar nog bij staat, in beide omstandigheden.
Het eerlijke antwoord is dat een gecoate stalen baan er over tien jaar in kleur en glans nauwelijks anders uitziet dan op dag één. De coating van 50 micrometer op het staal is geen laag die aan de lucht reageert; ze is gemaakt om stabiel te blijven. De glansgraad ligt onder de 5, en dat is precies het cijfer dat na tien jaar buiten nog steeds onder de 5 zit, op wat vuil en weersinvloed na dat er met regen weer grotendeels afgaat. Er zit dus geen ontwikkeling in het oppervlak. Wat u nu ziet in Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, is wat er over tien jaar nog te zien is.
Bij echt zink ligt dat fundamenteel anders, en voor een horecagebouw is dat verschil relevanter dan bij veel andere gebouwtypes. Zink oxideert aan de lucht en vormt een patina dat in de eerste jaren van blank naar dof grijs verkleurt, met plaatselijke verschillen die afhangen van regenval, luchtvochtigheid en hoe de banen liggen. Dat patina is precies wat wij niet nabouwen; wij houden het beeld vast zoals het is, in plaats van het een levensloop te geven. Wat het patina wel doet, en waarom veel mensen daar juist een zinklook voor kiezen in plaats van zink, leggen wij uit bij het patina dat zink wel krijgt. Voor een horecagevel die 's avonds onder kunstlicht staat, is een gelijkmatig, voorspelbaar oppervlak vaak praktischer dan een materiaal dat de eerste jaren nog aan het veranderen is.
Overdag werkt het diffuse daglicht op een mat oppervlak zoals het bedoeld is: geen spiegeling, een rustige, gelijkmatige kleurindruk over de hele gevel, met de schaduwlijn tussen de banen als enige structuur. 's Avonds verandert dat. Kunstlicht is gerichter dan daglicht, en een lage lichtbron onder een scherpe hoek, zoals een spot die vanaf de grond omhoog schijnt of gevelverlichting die rakelings over het oppervlak strijkt, kan een glansgraad die overdag onopvallend is, plotseling laten oplichten. Bij een glansgraad onder de 5 blijft dat effect klein, maar het is niet nul. Bij hoogglans materiaal, en zeker bij echt zink dat door slijtage of veroudering plaatselijk gaat spiegelen, kan een terrasspot 's avonds een streep licht op de gevel zetten die overdag niet te zien was.
Dat betekent voor een horecagebouw dat de plek van de verlichting en de richting van de banen samen bekeken moeten worden, niet los van elkaar. Een spot die vlak langs een verticale baan omhoog schijnt, benadrukt de schaduwlijn tussen de banen sterker dan diffuus daglicht dat doet; dat kan gewenst zijn, als extra reliëf in het avondbeeld, of ongewenst, als het de gevel drukker maakt dan overdag de bedoeling was. Hoe die schaduwlijn precies werkt en wat de breedte daarvan bepaalt, staat bij de schaduwlijn tussen de banen. Voor een horecagebouw is het raadzaam om die schaduwwerking niet alleen overdag te beoordelen op een monster in de hand, maar ook 's avonds met de geplande verlichting, of met een zaklamp onder een vergelijkbare hoek, om te zien hoe de fels en de banen dan ogen.
Buiten de coating zelf zijn er twee dingen die na tien jaar wel degelijk iets aan het beeld doen: vervuiling en mechanische schade. Vervuiling, zoals aanslag van stof, spinsel of vetdamp uit een keukenafzuiging die op een naburige gevel neerslaat, is een oppervlakkig gegeven dat met regen grotendeels wegspoelt en verder geen kleurverandering van het materiaal zelf is. Bij een horecagebouw met een keukenuitlaat dicht bij de gevel is dat wel iets om in de plaatsing van die uitlaat mee te wegen; niet omdat het materiaal er anders van wordt, maar omdat vet zich anders vasthoudt dan gewoon straatvuil en zichtbaarder blijft zitten tot het gereinigd wordt.
Mechanische schade, zoals een kras van een fietsslot tegen een lage gevel op een terras, of een deuk van een geplaatst tafeltje, is blijvend zichtbaar op de plek zelf, net als bij elk metalen gevelbeeld. Dat is geen kwestie van veroudering maar van gebruik, en het is bij een horecagebouw met veel mensen en meubilair dicht tegen de gevel een reëlere kans dan bij een pakhuis. Op ooghoogte, waar gasten en personeel langslopen, valt zo'n beschadiging sneller op dan hoog op een dak.
Er zijn situaties waarin een zinklook voor een horecagebouw juist niet de aangewezen keuze is. Als de opdracht nadrukkelijk vraagt om het verouderingsbeeld van zink zelf, het geleidelijk dof worden, de vlekkerige overgang van blank naar grijs die bij een authentiek pand of een beschermd gezicht gewenst kan zijn, dan levert een gecoate stalen baan dat beeld niet. Wij zijn daar liever eerlijk over dan dat we net doen of het niet te zien is; waaraan u het verschil met zink precies ziet, staat uitgewerkt op een eigen pagina, en bij een gevoelige locatie is het goed dat vooraf te weten in plaats van achteraf. Of, en hoe, dat verschil samenvalt met eisen van een welstandscommissie, komt aan de orde bij welstand en beschermd gezicht.
Ook als de horecalocatie draait op een sterk wisselend seizoensbeeld, zoals een zomerpaviljoen dat 's winters dicht is en waar men juist wil dat het gebouw met de jaargetijden meeleeft, past de stabiliteit van een gecoate gevel minder goed bij die wens dan een materiaal dat zichtbaar met de tijd meebeweegt.
Voor de meeste horecagebouwen, waar de eigenaar een gevel wil die er bij de opening en bij de heropening tien jaar later ongeveer hetzelfde beeld geeft, zowel in het middaglicht op het terras als 's avonds onder de gevelverlichting, is die stabiliteit precies waar de keuze op steunt. Wilt u voor uw eigen gevel of dak zien hoe Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver onder verschillend licht ogen, dan kunt u bij ons de monsters van alle drie de kleuren opvragen en meenemen naar de locatie zelf, bij daglicht en met de geplande verlichting erbij.